Genenbronnen en biodiversiteit.
Minder dan 5% van de bomen en struiken in Nederland bestaat autochtoon. Onderzoek naar de nog resterende groeiplaatsen is van belang voor het genenbehoud, de biodiversiteit en voor de kwaliteit van de natuur.
We maken ons in deze tijd, terecht, zorgen over de achteruitgang van de biodiversiteit, het rigoureuze kappen van de boreale en tropische wouden en het uitsterven van soorten. Deze problemen spelen echter ook dicht bij huis. Ook hier verdwijnt dagelijks oorspronkelijk genenmateriaal van boom- en struiksoorten. Door stads- en dorpsuitbreidingen, wegenaanleg, schaalvergroting in het landelijke gebied, maar ook door gebrek aan kennis en verkeerd beheer van bossen en natuurgebieden gaat er veel onnodig mis. Veelal zijn het kleine en vaak eeuwenoude landschappelijke elementen zoals houtwallen, geriefbosjes, beekbegeleidende begroeiing en oude boskernen waar relicten van oorspronkelijk inheemse bomen en struiken de tijd overleefd hebben. Uit onderzoek tot nu toe blijkt dat minder dan 5% van alle bomen en struiken in Nederland nog uit autochtone bomen en struiken bestaat. Van de circa 110 oorspronkelijke soorten is ongeveer de helft zeldzaam en bedreigd in hun voortbestaan.
zie ook publicaties over:
colofon I 2007-2012 Ecologisch Adviesbureau Maes

.jpg)